Isack van Ostade; "Interior of a Stable"; Signed in lower center: "Isack van Ostade"; Collection Albert Levy, London, also; ...; ... no.71 [? 74? Etiket uit 1876-1881]
Achterkant parkettering midden boven
opschrift
(G316) [Lichtblauw krijt. Nummer van Inventory of Hermann Goring art collection at Unterstein (p.17). Waarschijnlijk in CCP Munchen aangebracht ter verduidelijking van hetzelfde nummer in wit krijt erboven]
Achterkant parkettering rechts boven
nummer
6970 [Blauw krijt. Doorgehaald. Munchen-nummer van lijst, behorend bij schilderij met Munchen-nummer 6111]
Achterkant parkettering midden onder
zegel
GALERIE; SEDELMEYER; PARIS
Achterkant paneel midden
sticker
RCE.NK1926 [Met barcode. Naoorlogs]
Achterkant lijst onder rechts
sticker
DIENST VOOR 'S RIJKS VERSPREIDE KUNSTVOORWE[RPEN 'S-GRAVENHAGE]; Kunstenaar: Ostade, I. van [Inv.nr.: NK1926]; Titel: Stalinterieur [Maten: 39x58]; Coll.: ... [Inv./Cat.: 1520; 11556 - '53 - 36. Naoorlogs. Met stempel 'FOTO']
Achterkant lijst onder midden
nummer
NK; 1926 [Potlood]
Achterkant lijst boven links
nummer
6759 [Groen potlood]
Achterkant lijst links midden
sticker
OKK; 2001 [Zwarte stift. Naoorlogs]
Achterkant lijst boven midden
nummer
NK1926 [Rood krijt]
Achterkant parkettering midden onder
opschrift
DRVK [Groen krijt. Naoorlogs]
Achterkant parkettering boven rechts
opschrift
39/59 [Rood krijt. Afmetingen]
Achterkant parkettering midden
opschrift
DRVK [Groen krijt. Naoorlogs]
Achterkant lijst boven rechts
opschrift
G-316 [Wit krijt. Nummer van Inventory of Hermann Goring art collection at Unterstein (p.17). Bij dit schilderij geen vermelding van een Goudstikker-nummer, wel van 'Red Seal' (waarschijnlijk het zegel van Galerie Sedelmeyer)]
Uit het herkomstonderzoek naar de periode 1933-1945 komen geen indicaties naar voren die wijzen op mogelijk onvrijwillig bezitsverlies.
De herkomstgeschiedenis van dit object is sluitend binnen de periode 1933-1945. De kunsthandel D. Katz uit Dieren kocht dit schilderij op 30 september 1928 van de kunsthandel Douwes. De firma Katz heeft het schilderij sindsdien in bezit gehad en op 22 maart 1941 geruild met Göring voor een schilderij van Hobbema. De Restitutiecommissie heeft bij deze ruil geen aanwijzingen van onvrijwillig bezitsverlies gevonden. De oudere toeschrijving van dit schilderij die het in verband bracht met de verkoop van de firma Katz aan de firma Goudstikker/Miedl in Amsterdam is vermoedelijk onjuist.