Sch. 136 [Op SNK-etiket. Naoorlogs. Met CVO-stempel er overheen]
Achterkant lijst rechts boven
opschrift
[Potlood? Onleesbaar]
Achterkant lijst boven links
opschrift
(43)(...) [Zwarte stift. Tweede deel doorgehaald en bedekt door etiket. Nummer van de Kunstsammlungen der Stadt Düsseldorf, mogelijk aangebracht in Schloss Wittgenstein]
Achterkant lijst boven rechts
sticker
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; ... [Naoorlogs]
Achterkant paneel onder rechts
stempel
MINISTERIE v. FINANCIEN; Centr. Vermogensopsp. dienst [Naoorlogs]
Achterkant lijst rechts boven
sticker
RCE.NK2454 [Met barcode. Naoorlogs]
Achterkant lijst rechts onder
nummer
NK2454 [Witte inkt]
Achterkant paneel onder rechts
etiket
[Onleesbaar. Rechthoekig. Tape?]
Achterkant lijst rechts onder
etiket
MUSEUM BOYMANS, ROTTERDAM; Exp. TIN - Kersttentoonstelling 1954/1955.; ... [Naoorlogs]
Achterkant lijst boven midden
Reconstructie van de herkomstgeschiedenis
* -
: Mak, A.
: veiling
: Amsterdam
: RKD fotodocumentatie
: Op de achterkant van de foto staat een stempel van Sala & Zn. Den Haag. Het is niet bekend of de kunsthandel de inbrenger of koper was van dit werk.
- *
: Hermsen, D.
: kunsthandel
: Den Haag
: Tent.cat. Kunsthandel J. Goudstikker, Amsterdam, 1933, nr.152; Mededelingen van den dienst voor kunsten en wetenschap der gemeente 's- Gravenhage, 'Het Nederlandse Stilleven', maart 1926, p. 3 (afb.)
: In 1928 werd het schilderij tentoongesteld in het Gemeentemuseum te Den Haag, vervolgens in 1933 bij kunsthandel J. Goudstikker.
* -
: Schellens-Quist, A.
: collectie
: Scheveningen
: Archief Mak van Waay, vlg.cat.56, nr.1
|
: Mak van Waay, S.J.
: veiling
: Amsterdam
: ICN inventariskaart; Archief Mak van Waay, vlg.cat.56, nr.1
Er zijn geen of onvoldoende herkomstgegevens uit de periode 1933-1945 over dit object bekend. Na onderzoek zijn tot op heden geen bronnen gevonden die informatie over de herkomst kunnen geven. Daarom is er geen uitspraak te doen over mogelijk verdachte herkomst of mogelijk onvrijwillig bezitsverlies.
De herkomst van dit object is niet sluitend. Het object was sinds 1926 in bezit van kunsthandel D. Hermsen in Den Haag. Het is niet bekend van wie, wanneer, hoe en onder welke omstandigheden Hermsen het object verkocht heeft. In 1941 was het object in bezit van mevr. A. Schellens-Quist in Den Haag. Het is niet bekend hoe, van wie en onder welke omstandigheden zij het object heeft verworven. In 1941 kocht kunsthandel W.H Paech het object op de veiling bij S.J Mak van Waay in Amsterdam uit de coll. A. Schellens - Quist. Vervolgens verkocht Paech het object in 1942 aan directeur Hupp van het museum in Düsseldorf. Na de oorlog heeft Paech aangegeven dat het hier ging om vrijwillige verkoop. Er zijn op dit moment geen aanknopingspunten voor het doen van verder onderzoek naar de herkomst voor de periode van 1933 tot en met 1945 bekend.