Sint Petrus berouwvol

Seghers, G. (toegeschreven aan een kunstenaar)

Onbekend (kopie naar)

Objectinformatie

Sint Petrus berouwvol

Vermoedelijk kopie naar versie door Gerard Seghers in Arras, Musée des Beaux-Arts (doek, 135 x 107 cm., inv.nr. 982.1.1) of versie in Hermitage, St. Petersburg (inv.nr. 5129); andere versie in Kerk Sint Michiels, Sint Michiels, België (doek, 142 x 119 cm). Volgens D. Bieneck, Gerard Seghers, Lingen 1992, p. 180-181, is de versie in de Hermitage in St. Petersburg (A62) de eerste versie en die in Arras de tweede (A63).
Zittende mannefiguur, handen gevouwen, rechts haan op boomstronk
NK3411
oude kunst
schilderij

Reconstructie van de herkomstgeschiedenis

* -
: Dzieduszycki, W.
: Verzamelaar
:
: NIOD 248-A1121, nr. 33; correspondentie N. Lobkowicz
: Vanwege financiële problemen verkocht Włodzimierz Dzieduszycki in de vroege jaren '30 grote delen van de collectie van de Miączyński-Dzieduszycki Gallery in Lwów (huidig Lviv). P.N. Menten kocht samen met A. Mèhuys verschillende schilderijen van graaf W. Dzieduszycki.

: Mèhuys, A.
:
: NIOD 248-A1121, nr. 33
: P.N. Menten kocht samen met A. Mèhuys verschillende schilderijen van graaf W. Dzieduszycki. In 1933 stelden zij deze schilderijen ter beschikking van D. Menten, zodat hij ze kon verkopen. Zowel P.N. Menten en D. Menten maakten voor deze diensten aanspraak op 24% ieder van de netto-winst. In 1942 kocht P.N. Menten alle schilderijen van A. Mèhuys over en daarbij afstand deed van het aandeel van de 24% van de netto-winst voor hemzelf en D. Menten.

: Menten, P.N.
: collectie
: Aerdenhout
: Vlg. cat. Van Marle & Bignell 26-7-1943, nr. 58; NIOD 248-A1121, nr. 33
: P.N. Menten en A. Mèhuys kochten verschillende schilderijen van graaf W. Dzieduszycki. In 1933 stelden zij deze schilderijen ter beschikking van D. Menten, zodat hij ze kon verkopen. Zowel P.N. Menten en D. Menten maakten voor deze diensten aanspraak op 24% ieder van de netto-winst. In 1942 kocht P.N. Menten alle schilderijen van A. Mèhuys en daarbij afstand deed van het aandeel van de 24% van de netto-winst voor hemzelf en D. Menten. Bij aankomst in Nederland maakte P.N. Menten en D. Menten hernieuwde afspraken over eigenaarschap, waarbij D. Menten aanspraak had op 50% van de netto-opbrengst van dit schilderij.

: Menten, D.
: collectie
:
: Vlg. cat. Van Marle & Bignell 26-7-1943, nr. 58; NIOD 248-A1121, nr. 33; Archief Commissie Menten (2.09.63), invnr. 254.
: P.N. Menten en A. Mèhuys kochten verschillende schilderijen van graaf W. Dzieduszycki. In 1933 stelden zij deze schilderijen ter beschikking van D. Menten, zodat hij ze kon verkopen. Zowel P.N. Menten en D. Menten maakten voor deze diensten aanspraak op 24% ieder van de netto-winst. In 1942 kocht P.N. Menten alle schilderijen van A. Mèhuys en daarbij afstand deed van het aandeel van de 24% van de netto-winst voor hemzelf en D. Menten. Bij aankomst in Nederland maakte P.N. Menten en D. Menten hernieuwde afspraken over eigenaarschap, waarbij D. Menten aanspraak had op 50% van de netto-opbrengst van dit schilderij.

: Van Marle & Bignell
: veiling
: Den Haag
: Vlg. cat. Van Marle & Bignell 26-7-1943, nr. 58; NIOD 248-A1121-33
: Het schilderij werd op deze veiling niet verkocht.

: Menten, D.
: collectie
:
: Vlg. cat. Van Marle & Bignell 26-7-1943, nr. 58; NIOD 248-A1121, nr. 33
: P.N. Menten nam in augustus 1943 de 50% eigendom van zijn broer over als vereffening van schulden en werd toen volledig eigenaar.

: Menten, P.N.
: collectie
: Aerdenhout
: Archief CABR 372; Vlg.cat. Van Marle & Bignell 26-7-1943, nr 58; NIOD 248-A1121, nr. 33.
: P.N. Menten nam in augustus 1943 de 50% eigendom van zijn broer D. Menten over, waardoor hij de enige eigenaar werd.

: Van Marle & Bignell
: veiling
: Den Haag
: Archief CABR 372; Vlg.cat. Van Marle & Bignell 1944-06-27/29, nr. 86.
: Dit schilderij werd ingebracht door P.N. Menten. Het werd op de veiling opgehouden en dus niet verkocht.

: Menten, P.N.
: collectie
: Aerdenhout
: Archief CABR 372; Vlg.cat. Van Marle & Bignell 1944-06-27/29, nr. 86; NIOD 248-A1121, nr. 33
: P.N. Menten verkocht dit schilderij samen met 13 andere schilderijen op 30 januari 1945 aan W.A. Christiaans. Hij trad daarbij zowel voor zichzelf op als, als lasthebber voor zijn broer Dirk Menten. De verkoop vond plaats "onder de algemeen bekende voorwaarden vastgesteld voor de veilingen bij Frederik Muller te Amsterdam". Dit schilderij was volledig eigendom van P.N. Menten.

: Christiaans, W.A.
: Aerdenhout
: Archief SNK nr.554, 1039, 1092; Archief NBI nr.44562; Archief CABR 372
: Na WO II werd W.A. Christiaans aangemerkt als politiek delinquent. Op 12 november 1947 werd door het Bijzonder Gerechtshof te Amsterdam zijn collectie kunstvoorwerpen, waaronder dit schilderij, verbeurd verklaart. Ofschoon de SNK reeds in 1946 had laten weten deze kunstvoorwerpen te zien als 'een uiterst welkome aanvulling' op het Nederlands cultuurbezit, werden de stukken in 1953 ter veiling aangeboden bij Frederik Muller te Amsterdam. Daar dit schilderij niet voldoende kon opbrengen werd het bij de veiling opgehouden. Hierna werd het in de NK-collectie opgenomen.

In beheer gekomen bij het Rijk

Na 1945-05-05

Restitutie advies

1960-01-01
:

Huidige restitutiestatus

Geen verzoek

Onderzoeksbevindingen

Uit het herkomstonderzoek naar de periode 1933-1945 komen geen indicaties naar voren die wijzen op mogelijk onvrijwillig bezitsverlies.

De herkomstgeschiedenis van dit schilderij is sluitend. P.N. Menten kocht dit schilderij in 1932 samen met A. Mèhuys van graaf W. Dzieduszycki, die in deze periode vanwege financiële problemen grote delen van de collectie van de Miączyński-Dzieduszycki Gallery in Lwów (het huidige Lviv) verkocht. In 1933 stelden zij dit schilderij ter beschikking van D. Menten in Brussel zodat deze het schilderij kon verkopen. Het lukte D. Menten niet om het schilderij te verkopen. In 1942 kocht P.N. Menten het volledige eigendom van dit schilderij over van A. Mèhuys. In dezelfde periode verhuisde P.N. Menten van Polen naar Nederland. Bij aankomst in Nederland maakten P.N. Menten en D. Menten hernieuwde afspraken over het eigendom van dit schilderij, waarbij zij beiden aanspraak maakten op 50% van de netto-opbrengst van dit schilderij. Als onderdeel van een vereffening van schulden van D. Menten werd P.N. Menten in augustus 1943 volledig eigenaar van dit schilderij. Op 30 januari 1945 verkocht P.N. Menten dit schilderij samen met 13 andere schilderijen aan W.A. Christiaans in Aerdenhout. Op 12 november 1947 werd W.A. Christiaan door het Bijzonder Gerechtshof te Amsterdam veroordeeld als politiek delinquent. Als onderdeel van zijn veroordeling werd zijn collectie kunstvoorwerpen, waaronder dit schilderij, verbeurdverklaard. In 1953 werd dit schilderij door de Nederlandse Staat ter veiling aangeboden bij veilinghuis Frederik Muller in Amsterdam, het bleef echter onverkocht.

SNK Aangifteformulier

status onbekend

Weet u meer over dit object? Neem contact op via restitutie@cultureelerfgoed.nl